40431.fb2
DE BESCHERMENGEL
Op het naamplaatje dat op Sandrines witte jas zit gespeld staat 'logopediste', maar je zou 'beschermengel' moeten lezen. Zij is degene die de communicatiecode heeft ontwikkeld zonder welke ik van de wereld afgesneden zou zijn. Maar helaas, al hebben de meeste van mijn vrienden het systeem omarmd nadat ze het hadden aangeleerd, hier in het ziekenhuis gebruiken alleen Sandrine en een psychologe het. Meestal heb ik dus maar een mager arsenaal aan mimiek, knipogen en knikjes met mijn hoofd tot mijn beschikking om te vragen of iemand de deur wil dichtdoen, een doorlopende wc wil deblokkeren, het geluid van de tv zachter wil zetten of mijn kussen wil opschudden. Ik slaag niet in al mijn pogingen. In de loop der weken heb ik dankzij deze gedwongen eenzaamheid een zekere onverstoorbaarheid ontwikkeld en begrepen dat de ziekenhuisgemeenschap in tweeën te delen valt. Je hebt de meerderheid die de kamer niet verlaat zonder te proberen mijn SOS-tekens te begrijpen, en de anderen die minder zorgvuldig zijn en wegglippen terwijl ze doen alsof ze mijn wanhoopssignalen niet zien. Zoals die vriendelijke gek die met een onherroepelijk 'Welterusten' de voetbalwedstrijd Bordeaux-München in de rust uitzette. Afgezien van de praktische kanten weegt dat communicatieprobleem niet zo zwaar. Want daartegenover staat de troost die ik twee keer per dag ervaar wanneer Sandrine op de deur klopt, een smoeltje van betrapt eekhoorntje om de hoek steekt en in één klap alle chagrijn verjaagt. Het onzichtbare duikerpak dat me voortdurend omknelt lijkt dan minder benauwend.
Logopedie is een kunst die het verdient om onder de aandacht te worden gebracht. Je kunt je niet voorstellen wat voor gymnastische toeren je tong automatisch uithaalt om alle klanken van het Frans voort te brengen. Op het ogenblik struikel ik over de L, arme hoofdredacteur die de naam van zijn eigen blad niet meer kan uitspreken. Op mijn goeie dagen vind ik tussen twee hoestbuien door de adem en de energie om een paar fonemen tot klank te brengen. Voor mijn verjaardag is Sandrine erin geslaagd me het alfabet op een verstaanbare manier te laten uitspreken. Een mooier cadeau hadden ze me niet kunnen geven. Ik hoorde hoe de zesentwintig letters op het niets werden bevochten door een schorre stem uit lang vervlogen tijden. Door die uitputtende oefening voelde ik me net een holenmens die de taal aan het ontdekken is. Soms wordt ons werk onderbroken door de telefoon. Ik profiteer van Sandrines aanwezigheid om een paar dierbaren aan de lijn te krijgen en flarden leven in het voorbijgaan te grijpen, zoals je een vlinder vangt. Mijn dochter Céleste vertelt over haar ritjes op de rug van een pony. Over vijf maanden vieren we haar negende verjaardag. Mijn vader legt uit hoe moeilijk hij op de been kan blijven. Hij maakt moedig zijn drieënnegentigste jaar door. Het zijn de twee uiterste schakels van de liefdesketen die me omringt en beschermt. Ik vraag me vaak af wat voor effect die eenrichtingsgesprekken op mijn gesprekspartners hebben. Mij maken ze van streek. Wat zou ik graag niet alleen maar zwijgend reageren op die liefdevolle telefoontjes. Sommigen kunnen er trouwens niet tegen. Mijn lieve Florence praat niet tegen me als ik niet eerst luidruchtig heb geademd in de hoorn die Sandrine tegen mijn oor houdt. 'Jean-Do, ben je daar?' vraagt Florence dan ongerust aan de andere kant van de lijn.
Ik moet zeggen dat ik het af en toe niet zo goed meer weet.