40431.fb2 Vlinders in een duikerpak - читать онлайн бесплатно полную версию книги . Страница 15

Vlinders in een duikerpak - читать онлайн бесплатно полную версию книги . Страница 15

DE VOICE-OVER

Ik ben weleens lekkerder wakker geworden. Toen ik die ochtend, eind januari, weer bij bewustzijn kwam, stond er een man over me heen gebogen die met naald en draad mijn rechterooglid aan het dichtnaaien was, zoals je een paar sokken stopt. Ik werd door een redeloze angst bevangen. Stel nou dat die ogenman in zijn enthousiasme ook mijn linkeroog dichtnaaide, mijn enige band met de buitenwereld, het enige luikje van mijn gevangenis, het kijkglas in mijn duikerpak? Gelukkig werd ik niet in duisternis gehuld. Hij ruimde zijn instrumentjes zorgvuldig op in gewatteerde blikken doosjes en liet zich alleen maar ontvallen, op de toon van een officier van justitie die tegenover een recidivist een exemplaire straf eist: 'Zes maanden.' Met mijn goeie oog zond ik veelvuldig vragende signalen uit, maar ook al bracht de beste man zijn dagen door met het doorgronden van andermans pupil, blikken lezen kon hij niet. Hij was het prototype van dokter Desinteresse, uit de hoogte, geen tegenspraak duldend en heel laatdunkend, die patiënten om acht uur op zijn spreekuur ontbood, zelf om negen uur kwam aankakken en om vijf over negen weer vertrok, na aan elk van hen vijfenveertig seconden van zijn kostbare tijd te hebben besteed. Uiterlijk leek hij op geheim agent Maxwell Smart, met een dik rond hoofd op een kort, stuntelig lichaam. Waar hij bij de doorsnee-patiënt al weinig spraakzaam was, werd hij ronduit ontwijkend bij mijn soort geestverschijningen en maakte hij er geen woorden aan vuil om ons ook maar iets uit te leggen. Uiteindelijk heb ik gehoord waarom hij mijn oog voor een half jaar had dichtgenaaid: mijn ooglid speelde zijn rol van bewegende, beschermende zonwering niet meer en ik liep het risico dat mijn hoornvlies zou ontsteken.

In de loop der weken heb ik me afgevraagd of het ziekenhuis niet met opzet iemand inzet die zo vervelend is, om als katalysator te werken bij het heimelijke wantrouwen dat de medische staf ten slotte bij langdurige patiënten opwekt. Een kop van Jut, in zekere zin. Met welke andere blaaskaak kan ik straks de spot drijven als hij weggaat, zoals beweerd wordt? Ik zou niet meer het heimelijke en onschuldige genoegen hebben om mezelf op zijn eeuwige vraag: 'Ziet u dubbel?' inwendig te horen antwoorden: 'Ja, ik zie twee eikels in plaats van één.'

Net zozeer als ademhalen heb ik het nodig om ontroerd te worden, lief te hebben en te bewonderen. De brief van een vriend, een schilderij van Balthus op een ansichtkaart of een bladzijde Saint-Simon geven zin aan de uren die voorbijgaan. Maar om alert te blijven en niet weg te zakken in milde berusting, bewaar ik een dosis woede en afschuw, niet te veel en niet te weinig, zoals een snelkookpan een veiligheidsventiel heeft om niet te exploderen.

Hé, De snelkookpan, dat zou een titel kunnen zijn voor het toneelstuk dat ik misschien ooit op grond van mijn ervaringen ga schrijven. Ik heb er ook aan gedacht het Het oog te noemen, en natuurlijk Het duikerpak. Plot en decor zijn al bekend. De ziekenhuiskamer waar meneer L., huisvader in de kracht van zijn leven, leert omgaan met een locked-in-syndroom, gevolg van een zwaar cardiovasculair accident. Het stuk doet verslag van meneer L.'s avonturen in de medische wereld en van het verloop van de contacten die hij onderhoudt met zijn vrouw, zijn kinderen, zijn vrienden en zijn partners van het toonaangevende reclamebureau waarvan hij een van de oprichters is. Meneer L., een ambitieuze en nogal cynische man die tot dan toe geen tegenslagen heeft ontmoet, leert de wanhoop kennen, ziet alle zekerheden waarmee hij omringd was instorten en ontdekt dat zijn dierbaren onbekenden voor hem zijn. Je zult die langzame verandering van dichtbij kunnen volgen dankzij een voice-over die de innerlijke monoloog van meneer L. in alle situaties weergeeft. Het stuk hoeft alleen nog maar geschreven te worden. De laatste scène heb ik al. Het decor is in het halfduister gehuld, met uitzondering van een lichtkrans die het bed midden op het podium omgeeft. Het is nacht, alles is in diepe rust. Plotseling gooit meneer L., die sinds het doek is opgehaald niet heeft bewogen, lakens en dekens van zich af, hij springt uit bed en loopt in een onwezenlijk licht een rondje over het toneel. Dan wordt het donker en hoor je nog een laatste keer de voice-over, de innerlijke monoloog van meneer L.: 'Shit, het was een droom.'