40431.fb2 Vlinders in een duikerpak - читать онлайн бесплатно полную версию книги . Страница 3

Vlinders in een duikerpak - читать онлайн бесплатно полную версию книги . Страница 3

DE ROLSTOEL

Ik had nog nooit zo veel witte jassen in mijn kamertje gezien. De verpleegsters, de verpleeghulpen, de fysiotherapeute, de psychologe, de ergotherapeut, de neurologe, de co-assistenten en zelfs het afdelingshoofd: het hele ziekenhuis was voor de gelegenheid uitgelopen. Toen ze binnenkwamen en het ding tot bij mijn bed duwden, dacht ik eerst dat een nieuwe bewoner mijn plaats kwam innemen. Ik was nu een paar weken in Berck en kwam elke dag wat dichter bij de oevers van mijn bewustzijn, maar ik kon me niet voorstellen dat er een verband kon bestaan tussen een rolstoel en mijzelf.

Niemand had me een exact beeld van mijn situatie geschetst, en op grond van her en der opgevangen gesprekken was ik ervan overtuigd geraakt dat ik heel snel weer zou kunnen bewegen en praten.

In mijn rusteloze geest maakte ik zelfs allerlei plannen: een roman, reizen, een toneelstuk en het op de markt brengen van een door mij bedachte vruchtencocktail. Vraag me niet om het recept, dat ben ik vergeten. Ze kleedden me direct aan. 'Dat is goed voor het moreel,' zei de neurologe belerend. Na het pyjamajasje van geel nylon zou het me inderdaad goed hebben gedaan weer een geruit overhemd, een oude broek en een vormeloze trui te dragen, als het geen nachtmerrie was geweest om ze aan te trekken. Of liever gezegd, om te zien hoe ze na diverse acrobatische toeren dat slappe, ontwrichte lichaam omhulden, dat alleen nog maar van mij was om me te laten lijden.

Toen ik helemaal klaar was, kon het ritueel beginnen. Twee kerels grepen me bij mijn schouders en voeten, tilden me van bed en zetten me zonder veel omzichtigheid in de rolstoel. Van gewone zieke was ik gehandicapte geworden, zoals bij het stierenvechten de novillero torero wordt door zijn alternativa te halen. Er werd niet voor me geapplaudisseerd, maar wel bijna. Mijn beschermheren reden een rondje met me over de verdieping, om na te gaan of de zithouding geen oncontroleerbare spasmen opriep, maar ik bleef rustig, volledig in beslag genomen door het op waarde schatten van deze plotselinge keldering van mijn toekomstperspectieven. Ze hoefden alleen maar met een speciaal kussen mijn hoofd te ondersteunen, want ik zat te knikkebollen zoals die Afrikaanse vrouwen bij wie ze de piramide van ringen die jarenlang hun nek heeft opgerekt, hebben weggehaald. 'U bent geschikt voor de rolstoel,' verklaarde de ergotherapeut met een glimlach die zijn woorden het karakter van goed nieuws moest geven, terwijl ze mij als een vonnis in de oren klonken. In één klap zag ik de ontstellende werkelijkheid onder ogen. Even verblindend als een kernexplosie. Scherper dan de valbijl van een guillotine. Ze vertrokken allemaal weer, drie verpleeghulpen legden me terug in bed en ik dacht aan die gangsters in misdaadfilms die moeite doen om het lijk van de lastpak die ze net lek hebben geschoten in de kofferbak van hun auto te proppen. De rolstoel bleef in een hoek staan en zag er verloren uit, met mijn kleren over de rugleuning van donkerblauw plastic gegooid. Voordat de laatste witte jas vertrok, gaf ik hem een teken de tv zachtjes aan te zetten. Er was Cijfers en letters, het lievelingsprogramma van mijn vader. Sinds de ochtend droop een niet-aflatende regen langs de ramen.