40431.fb2 Vlinders in een duikerpak - читать онлайн бесплатно полную версию книги . Страница 5

Vlinders in een duikerpak - читать онлайн бесплатно полную версию книги . Страница 5

HET BAD

Om halfnegen komt de fysiotherapeute: Brigitte, een sportief figuur en een profiel als op een Romeinse munt, komt mijn door gewrichtsverstijving aangedane armen en benen laten bewegen. Dat noemen ze 'mobilisatie', en die krijgsterminologie is lachwekkend als je ziet hoe mager de eenheid is: in twintig weken ben ik dertig kilo verloren. Zo'n resultaat had ik niet verwacht toen ik een week voor mijn beroerte op dieet ging. Terwijl ze bezig is gaat Brigitte na of er geen spierschokjes zijn die een verbetering aankondigen. 'Probeer eens in mijn hand te knijpen?' vraagt ze. Omdat ik soms de illusie heb dat ik mijn vingers beweeg, concentreer ik al mijn energie op het fijnknijpen van haar kootjes, maar er beweegt niets en ze legt mijn krachteloze hand terug op het schuimrubberen vierkant dat als ondersteuning dient. In feite hebben de enige veranderingen die er zijn met mijn hoofd te maken. Ik kan het nu negentig graden draaien en mijn blikveld loopt van het leien dak van het aangrenzende gebouw tot de merkwaardige Mickey die zijn tong uitsteekt, getekend door mijn zoon Théophile toen ik mijn mond niet open kon krijgen. Door veel te oefenen zijn we nu zover dat we er een lolly in kunnen steken. Zoals de neurologe zegt: 'Er is veel geduld nodig.' De fysiotherapie-sessie wordt afgesloten met een gezichtsmassage. Met haar warme vingers gaat Brigitte mijn hele gezicht langs, het gevoelloze gedeelte dat de structuur van perkament lijkt te hebben en het gedeelte waar de zenuwen wel werken en ik nog een wenkbrauw kan fronsen. Omdat de scheidslijn over mijn mond loopt, kan ik alleen maar halve glimlachjes fabriceren, wat aardig overeenkomt met mijn wisselende stemmingen. Zo kan een huiselijke gebeurtenis als een wasbeurt verschillende gevoelens bij me opwekken.

De ene dag vind ik het komisch om op mijn vierenveertigste als een zuigeling te worden gewassen, omgedraaid, afgedroogd en geluierd. Op het toppunt van mijn infantiele regressie schep ik er zelfs een bedenkelijk plezier in. De volgende dag lijkt dat alles me weer uitermate pathetisch en rolt er een traan in het scheerschuim dat een verpleeghulp op mijn wangen kwast. Wat het wekelijkse bad betreft, dat dompelt me zowel in droefenis als in gelukzaligheid. Op het verrukkelijke moment waarop ze me in de badkuip laten zakken, volgt al snel het heimwee naar het uitgebreide gebadder dat de luxe van mijn eerste leven was. Voorzien van een kop thee of een glas whisky, een goed boek of een stapel kranten, lag ik langdurig te weken terwijl ik met mijn tenen de kranen bediende. Er zijn weinig momenten waarop ik mijn toestand zo bitter ervaar als bij het terugdenken aan die genoegens. Gelukkig heb ik geen tijd om er lang bij stil te staan. Rillend over mijn hele lijf word ik alweer op een brancard met het comfort van een spijkerbed naar mijn kamer teruggebracht. Om halfelf moet ik van top tot teen zijn aangekleed, klaar om naar de revalidatiezaal te gaan. Omdat ik heb geweigerd de vreselijke, door het hospitaal aanbevolen joggingstijl aan te nemen, draag ik weer mijn oude kloffie van eeuwige student. Net als het bad zouden mijn oude gilets pijnlijke herinneringen boven kunnen brengen. Maar voor mij zijn ze eerder een symbool van het leven dat doorgaat. En het bewijs dat ik nog steeds mezelf wil zijn. Als ik dan toch moet kwijlen, dan maar liever in kasjmier.