40431.fb2 Vlinders in een duikerpak - читать онлайн бесплатно полную версию книги . Страница 7

Vlinders in een duikerpak - читать онлайн бесплатно полную версию книги . Страница 7

DE KEIZERIN

Er zijn in Frankrijk niet veel plaatsen meer waar de herinnering aan keizerin Eugénie nog hooggehouden wordt. In de grote gang van het zeehospitaal, een reusachtige, hol klinkende ruimte waar karretjes en rolstoelen met z'n vijven naast elkaar kunnen rijden, staat een vitrine die eraan herinnert dat de echtgenote van Napoleon in de beschermvrouwe van de instelling is geweest. De twee belangrijkste bezienswaardigheden in dat micro-museumpje zijn een borstbeeld van wit marmer, dat deze uit de gratie geraakte hoogheid, die een halve eeuw na het eind van het Tweede Keizerrijk op vierennegentigjarige leeftijd stierf, het stralende van haar jeugd teruggeeft, en de brief waarin de plaatsvervangende stationschef van Berck aan de directeur van de Correspondant maritime vertelt over het korte keizerlijke bezoek op 4 mei 1864. Je ziet de aankomst van de speciale trein zo voor je, met het heen-en-weergedribbel van de jongedames die Eugénie vergezellen, de tocht van de vrolijke stoet door de stad, en in het ziekenhuis de patiëntjes die aan hun illustere beschermster worden voorgesteld. Een tijd lang sloeg ik geen gelegenheid over om deze relikwieën eer te betuigen.

Het verslag van de spoorwegbeambte heb ik wel twintig keer herlezen. Ik mengde me onder de groep kwetterende hofdames, en zodra Eugénie zich van het ene naar het andere paviljoen begaf, volgde ik haar hoed met gele linten, haar tafzijden parasol en haar spoor van het eau de cologne van de hofparfumeur. Toen het een keer hard waaide durfde ik zelfs dichterbij te komen en verborg ik mijn hoofd in de plooien van haar jurk van wit gaas met brede, gesatineerde strepen. Het was zacht als slagroom en zo fris als de ochtenddauw. Ze duwde me niet weg. Ze haalde haar vingers door mijn haar en zei vriendelijk: 'Vooruit, kind, je moet heel geduldig zijn,' met een Spaans accent dat op dat van de neurologe leek. Het was niet meer de keizerin der Fransen maar een troostende godheid, zoals de heilige Rita, patrones voor hopeloze gevallen.

En toen, op een middag waarop ik mijn verdriet aan haar beeltenis toevertrouwde, verscheen er een onbekende gedaante tussen haar en mij in. In een weerspiegeling van de vitrine kwam het gezicht tevoorschijn van een man die in een vat dioxine gelegen leek te hebben. Zijn mond was verwrongen, zijn neus scheef, zijn haar in de war en zijn blik vol afgrijzen. Eén oog was dichtgenaaid en het andere was wijd opengesperd, als het oog van Kaïn. Een minuut lang staarde ik naar die verwijde pupil zonder te begrijpen dat ik het gewoon zelf was.

Toen maakte zich een vreemde euforie van me meester. Ik was niet alleen afgezonderd, verlamd, stom, half doof, beroofd van alle pleziertjes en gereduceerd tot een bestaan als kasplantje, maar ik was ook nog afschuwelijk om te zien. Ik werd bevangen door de zenuwachtige slappe lach die uiteindelijk het gevolg is van een opeenstapeling van rampen, wanneer je na een laatste tegenslag besluit om het maar als grap te zien. Het gereutel van mijn goede humeur bracht Eugénie eerst van haar stuk, maar daarna bezweek ze voor de aanstekelijkheid van mijn hilariteit. We lachten tot de tranen ons over de wangen biggelden. Toen begon de plaatselijke fanfare een walsje te spelen, en ik was zo vrolijk dat ik graag was opgestaan om Eugénie ten dans te vragen, als dat even had gekund. We zouden hebben rondgezwierd over de kilometers tegelvloer. Sinds die gebeurtenissen vind ik dat de keizerin een beetje spottend kijkt als ik door de grote zaal rijd.